Het huidige debat over drugsgeweld vervalt te vaak in een tegenstelling tussen meer repressie of meer preventie. Daarnaast is er een voortdurende discussie over het niveau waarop maatregelen moeten worden genomen: lokaal of bovenlokaal. Iedereen is bevoegd maar niemand is verantwoordelijk.
Mijn overtuiging is duidelijk: we hebben beide nodig, en op alle niveaus. Wie het drugsgeweld echt wil aanpakken, moet inzetten op preventie en repressie, en moet tegelijk de verantwoordelijkheid opnemen op lokaal, Brussels, federaal en, waar nodig, Europees niveau.
In heel deze discussie staan de gevolgen voor de getroffen wijken en hun bewoners zelden centraal. Het zijn nochtans net deze mensen die elke dag geconfronteerd worden met de realiteit van het drugsgeweld. Voor hen is dit geen ver van hun bed show maar belanden de kogels letterlijk langs hun bed zoals dit weekend aan de Hallepoort en eerder aan het Lemmensplein.
Voor de meeste Belgen is dit ondenkbaar, voor steeds meer Brusselaars is het dagelijkse tijd. De ernst van de situatie heb ik bovendien zelf ervaren. Vorig jaar werden in mijn wijk maar liefst twee jongens doodgeschoten. Twee jongens van wie, voor zover wij in de wijk weten, niets erop wijst dat ze betrokken waren bij drugsactiviteiten. Zelf heb ik ook al moeten lopen van schoten in het centrum van Brussel. Maar het zijn niet de kogels die mij vooral zorgen baart, maar de totale onwil van de politiek om doortastend te reageren, alsof de levens van de mensen in de volkswijken niet van tel zijn. Ik vraag u welke nieuwe middelen, welke nieuwe regels, welke nieuwe politionele aanpak is er geïmplementeerd sinds al dit geweld? Het hotspotplan van Rudi Vervoort bleek een lege doos te zijn.
De strijd tegen drugs zal moeilijk te winnen zijn. Drugs volledig uit onze samenleving bannen, is volgens velen een utopie. Maar een strijd die we wél kunnen winnen, is de strijd tegen drugsoverlast. Want levenskwaliteit kan pas beginnen als mensen veilig zijn.
Repressie EN preventie
We moeten oog hebben voor de oorzaken van het probleem. Het voor de bewoners in de getroffen wijken meest problematische druggebruik en zware aan drugs activiteiten gelinkte criminaliteit hebben vaak een link met armoede en uitsluiting. Denk bijvoorbeeld aan daklozen die extreme drugs gebruiken om even hun zorgen te vergeten of mensen zonder verblijfsrecht en mogelijkheden om legaal te werken, die worden geworven door het drugsmilieu. Dat verklaart crimineel gedrag niet en het verontschuldigt het evenmin, maar het is wel een realiteit waarmee we rekening moeten houden als we het probleem structureel willen aanpakken.
Wat preventie betreft, leveren sociale organisaties goed werk. Maar outreachwerk blijft te beperkt. De meest problematische personen komen niet vanzelf naar de hulpverlening en worden vandaag aan de straat overgelaten. Daarom moeten straathoekwerkers sterker aanwezig zijn op het terrein en actief de moeilijkst bereikbare mensen opzoeken. Zo draagt preventie niet alleen bij aan het welzijn van individuen, maar ook rechtstreeks aan de leefbaarheid en veiligheid van onze wijken.
Tegelijk is er nood aan een stevige repressieve aanpak. Er moet een opschaling komen van de middelen voor politie en justitie. Er is meer recherchecapaciteit nodig en we moeten bekijken hoe we politiemensen efficiënter kunnen inzetten. Een mogelijkheid is om de fusie tussen de politiezones zo te organiseren en agenten flexibeler inzetbaar te maken over het Brussels grondgebied heen. Vandaag botsen we nog te vaak op grenzen die niet overeenkomen met de realiteit van het terrein. We moeten agenten kunnen inzetten daar waar het meest nodig is.
Maar dit kan enkel werken als er dringend werk wordt gemaakt van de versterking van Justitie. De gerechtelijke achterstand in Brussel is geen recent probleem: de Hoge Raad voor de Justitie stelde in zijn audit vast dat “de gerechtelijke achterstand intussen al minstens twee decennia aansleept.” Dat probleem heeft ook een directe impact op de motivatie van politiemensen. Wanneer politiemensen vaststellen dat verdachten na veel inzet en onderzoek uiteindelijk toch opnieuw op straat komen.
Iedereen bevoegd niemand verantwoordelijk
Wat we vooral moeten vermijden, is het eeuwige vingerwijzen tussen de verschillende bestuursniveaus. Laat één ding duidelijk zijn: elk niveau heeft een rol te spelen.
Op federaal niveau is het duidelijk dat het doorschuiven van kwetsbare en problematische personen door de rest van België naar de Brusselse straten moet stoppen. Daarnaast moet het federale niveau de nodige bijstand bieden om de bovenlokale drugsproblematiek die zich in Brussel manifesteert het hoofd te bieden.
Maar ook op lokaal niveau verwijzen de burgemeesters maar al te graag door naar de hogere niveaus. Toch zijn er ook voor hen belangrijke hefbomen. Zo moet bijvoorbeeld de strijd tegen witwaspraktijken worden opgevoerd. Gemeenten kunnen hun regelgeving en handhavingsinstrumenten versterken om dit beter mogelijk te maken. Maar bovenal is het tijd dat het lokale niveau investeert in de leefbaarheid van de meest problematische wijken. We mogen miserie niet langer concentreren in enkele wijken om buurten van hun kiespubliek te ontzien en zo de kosten van een structurele aanpak te vermijden.
Want laat ons één ding duidelijk stellen: levenskwaliteit is belangrijk, en veiligheid staat daarin voorop. Zonder veiligheid is er geen leefbare buurt. Bewoners moeten zich veilig voelen in hun eigen straat, rond hun eigen woning en in hun eigen wijk, ongeacht of deze wijk rijk of arm is. Dit is waar sociale rechtvaardigheid begint.
Bovendien reiken de gevolgen immers veel verder dan Brussel. De reputatie van onze hoofdstad is cruciaal voor het functioneren van Brussel als economische motor van België.
Geen vingerwijzen meer. Geen tegenstelling tussen preventie en repressie. Geen afschuiven van verantwoordelijkheid.
Elk niveau moet doen wat het kan en wat het moet doen. Want de strijd tegen drugsoverlast is moeilijk, maar ze is wél te winnen.
Want onze levenskwaliteit begint waar we ons zich veilig voelen.”
