De inwoners van Anderlecht wachten al jaren op een netheidsbeleid dat zichtbaar het verschil maakt. In Kuregem misschien nog meer dan elders. De toestand van de openbare ruimte en de organisatie van de netheidsdiensten zijn er al herhaaldelijk onderwerp geweest van vragen en interpellaties. Op 1september 2026 kwam schepen van Netheid Achille Junior Vandyck (MR) uiteindelijk met zijn aanpak binnen het beleidsplan 2024-2030.
En laat mij beginnen met het positieve: dit plan verdient een kans.
Er zitten maatregelen in die vertrouwen kunnen geven. Er wordt werk gemaakt van een betere organisatie van de diensten, meer samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten en een meer geïntegreerde aanpak van netheid en onderhoud. Dat is belangrijk. Netheid stopt immers niet bij het vegen van een straat. Onderhoud van groen, vuilnisbakken, voetpaden en de algemene kwaliteit van de publieke ruimte hangen allemaal met elkaar samen.
Ook het werken met concrete plannen voor uitzonderlijke omstandigheden, zoals hitte en sneeuw, wijst op een bestuur dat meer wil anticiperen in plaats van alleen achter de problemen aan te lopen.
Daarnaast kiest het gemeentebestuur duidelijk voor sensibilisering. Burgers, scholen, kinderen en jongeren moeten worden betrokken en aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Ook repressie krijgt meer gewicht: hogere sancties, meer controles en meer camera’s moeten ervoor zorgen dat wie de publieke ruimte vervuilt daar niet zomaar mee wegkomt.
Dat klinkt goed.
Maar er ontbreekt een belangrijke schakel: de handelaars.
Wie dagelijks door bepaalde handelsstraten van Kuregem loopt, kan moeilijk ontkennen dat commerciële activiteiten een belangrijke impact kunnen hebben op de netheid van de openbare ruimte. Karton, verpakkingen, voedselresten, afval rond handelszaken en verkeerd aangeboden vuilnis zijn een groot probleem. Ik sta perplex want in dit netheidsbeleid is er geen sterke (preventieve) aanpak richting handelaars naar voren gekomen.
Dat is moeilijk te begrijpen.
Handelaars zijn essentieel voor Anderlecht. Ze zorgen voor economische activiteit, jobs en leven in onze wijken. Maar ondernemen betekent ook verantwoordelijkheid opnemen voor de omgeving waarin je actief bent. De publieke ruimte is geen verlengstuk van een winkel, restaurant of handelszaak en al helemaal geen plaats waar de gemeenschap moet opdraaien voor het afval van economische activiteiten.
Daarom zou een echt ambitieus netheidsplan ook een preventieplan voor handelaars moeten bevatten: actief langsgaan bij handelszaken, duidelijke informatie over afvalverplichtingen, begeleiding waar nodig, afspraken per handelszone en gerichte controles wanneer regels structureel worden overtreden. Deze hete aardappel heeft schepen Vandyck doorgeschoven naar partijgenoot schepen van handel Benmrah.
En ja, daarbij mag ook een politieke vraag worden gesteld. MR profileert zich traditioneel als een partij die zelfstandigen en ondernemers verdedigt. Dat is op zich volkomen legitiem. Maar die steun mag er nooit toe leiden dat handelaars minder streng worden aangesproken wanneer hun activiteiten de openbare ruimte aantasten. Dezelfde regels en dezelfde verantwoordelijkheid moeten voor iedereen gelden.
Daarom is de vraag niet of MR “banden heeft” met handelaars, maar wel of het bestuur bereid is om tegenover handelaars even consequent op te treden als tegenover bewoners.
Hetzelfde geldt voor de aangekondigde repressie. Meer camera’s en hogere boetes klinken daadkrachtig, maar uiteindelijk telt maar één ding: wordt er daadwerkelijk gecontroleerd en gehandhaafd?
Een camera die niemand opvolgt, maakt een straat niet proper. Een hogere boete die nauwelijks wordt uitgeschreven evenmin. Controle mag geen schijngevoel creëren waarbij inwoners denken dat er wordt gehandhaafd omdat er ergens een camera hangt.
Voor Kuregem zal de geloofwaardigheid van dit netheidsplan dan ook niet afhangen van het aantal aangekondigde maatregelen, maar van wat bewoners de komende maanden op straat zien.
Worden straten daadwerkelijk vaker en beter gereinigd? Wordt sluikstort sneller aangepakt? Werken de gemeentelijke diensten eindelijk efficiënter samen? Worden overtreders effectief geïdentificeerd en beboet? En vooral: worden ook handelszaken actief betrokken, gesensibiliseerd én gecontroleerd?
